STICHTING LANDELIJK
ONGEDOCUMENTEERDEN STEUNPUNT
~Stichting LOS~

Steunpunt voor mensen en organisaties die betrokken zijn bij ongedocumenteerden.




De Stichting LOS
  • is betrokken bij de leefsituatie van ongedocumenteerden.
  • is een steunpunt voor mensen die ongedocumenteerden helpen.
  • geeft informatie over de levensomstandigheden van
    ongedocumenteerden in Nederland en de solidariteit van Nederlanders met hen.

   Laatste nieuws:

Nieuwsbrief 9-4

MvI&A: opvang bij medische aanvraag volgens Spekmanroute

Van de 300 aanvragen zijn ongeveer 120 pakketten compleet bevonden en is er een afspraak gemaakt om de aanvraag in te dienen.

Van de 120 ingediende aanvragen is in ongeveer 15 gevallen direct bij de indiening van de aanvraag uitstel van vertrek (artikel 64 Vw) verleend op basis waarvan rechtmatig verblijf en recht op opvang is ontstaan gedurende de procedure om verblijf op medische gronden. In deze gevallen zijn namelijk alle benodigde gegevens overgelegd, maar kon op dat moment nog geen beslissing op de aanvraag worden genomen. In ongeveer 15 aanvragen is direct verblijf op medische gronden verleend. Ongeveer 90 aanvragen zijn direct afgewezen omdat niet aan de voorwaarden voor verblijf op medische gronden werd voldaan.

Van ongeveer 180 ex-asielzoekers waren de aangeleverde (medische) gegevens niet compleet. In ongeveer 100 zaken hiervan ontbrak de toestemmings-verklaring, was deze niet compleet of ontbrak een geldig document voor grensoverschrijding dan wel andere bescheiden waarmee de nationaliteit aangetoond wordt of aannemelijk kon worden gemaakt. In de overige ongeveer 80 zaken waren de relevante medische gegevens onvolledig.

(kamervraag 1504, 13.2.12)

 

Rb: terugkeervisum voor schoolreisje voor leerling in procedure

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de grond dat verweerder in dit geval met toepassing van artikel 4:84 Awb dient af te wijken van de beleidsregel dat de rechtmatig hier te lande verblijvende vreemdeling met de vereiste mvv is ingereisd een goede kans van slagen. Voor dat oordeel is in de eerste plaats redengevend dat verzoekster een minderjarige vreemdeling is die hier te lande is geboren en getogen en zelf nimmer heeft kunnen voldoen aan de voorwaarde van inreis met de vereiste mvv. Voorts is redengevend dat verweerder niet heeft kunnen aangeven of met die situatie bij de totstandkoming van voormelde beleidsregel rekening is gehouden. Tenslotte is redengevend de omstandigheid dat verweerder nog steeds niet heeft beslist op het bezwaar tegen het besluit van 23 september 2008 tot afwijzing van de mede namens verzoekster gevraagde verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.

Door de gevolgen van het handelen van de ouders van verzoekster bij de beoordeling van haar verzoek tot het verlenen van een terugkeervisum voor risico van verzoekster te laten, geeft verweerder er geen blijk van het individuele belang van verzoekster bij deelname aan de projectweek in Barcelona daadwerkelijk te hebben afgewogen tegen het belang van verweerder bij handhaving van de beleidsregel dat de vreemdeling is ingereisd met een (geldige) mvv.

(rechtspraak.nl Rechtbank 's-Gravenhage 11/30059, 4.10.11)

 

MvI&A; nieuwe glijdende schaal voor intrekking vergunning bij strafblad

Er zal steeds een individuele toetsing plaatsvinden van de omstandigheden van het geval aan Europese regelgeving, internationaal geborgde rechten zoals het recht op gezinsleven en het proportionaliteitsbeginsel. Dit zal niet veranderen met de door dit kabinet voor ogen staande aanscherping.

Met de voorgestelde wijziging wordt ook de norm voor ‘gewone’ misdrijven aangescherpt als volgt:

minder dan 3 jaar: 1 dag;
ten minste 3 jaar, maar minder dan 4 jaar: 5 maanden;
ten minste 4 jaar, maar minder dan 5 jaar: 7 maanden;
ten minste 5 jaar, maar minder dan 6 jaar: 15 maanden;
ten minste 6 jaar, maar minder dan 7 jaar: 18 maanden;
ten minste 7 jaar, maar minder dan 8 jaar: 22 maanden;
ten minste 8 jaar, maar minder dan 9 jaar: 27 maanden;
ten minste 9 jaar, maar minder dan 10 jaar: 33 maanden;
ten minste 10 jaar, maar minder dan 15 jaar: 40 maanden;
ten minste 15 jaar: 65 maanden.

PS: daarnaast wordt de definitie veelplegers aangepast; na 3 overtredingen geldt een strengere glijdende schaal.

(kamerstuk 19637: 1494, 6.2.12)

 

EHRM: Franse AC-procedure biedt onvoldoende waarborgen

Deze zaak betreft een klacht van een Soedanese asielzoeker, die in Frankrijk gearresteerd is wegens het illegaal binnenkomen en verblijven in Frankrijk, en het vervalsen van documenten. Hoewel hij aangaf asiel te willen aanvragen, werd hij in bewaring gesteld en is een uitzettingsbevel uitgevaardigd. Na het uitzettingsbevel is zijn asielaanvraag in de versnelde procedure behandeld, in plaats van de normale procedure, omdat de autoriteiten zijn aanvraag zagen als ‘misbruik van de asielprocedure’. Tijdens de versnelde procedure is zijn asielaanvraag voor het eerst in detail onderzocht voor zijn uitzetting. De tijdslimiet voor het indienen van de asielaanvraag betrof vijf in plaats van 21 dagen. Deze korte periode wierp obstakels op, aangezien de vreemdeling zijn aanvraag in het Frans moest indienen, zonder hulp, en deze aan dezelfde standaarden moest voldoen als in de normale procedure. Hierbij moest de vreemdeling ondersteunende documenten aanleveren, onder andere omtrent zijn etnische afkomst. Het beroep van de vreemdeling tegen het uitzettingsbevel moest binnen 48 uur worden ingediend, terwijl een asielzoeker in een normale situatie hier twee maanden de tijd voor heeft. Het Hof overweegt dat de asielzoeker wel toegang tot effectieve rechtsmiddelen had, maar dat de toegankelijkheid in de praktijk beperkt werd door de automatische registratie van zijn asielaanvraag in een versnelde procedure, de korte deadlines, en de praktische en procedurele moeilijkheden wat betreft het vergaren van bewijsmaterialen. Het beroep van de vreemdeling tegen het uitzettingsbevel werd negatief beïnvloed door de slechte omstandigheden waarin hij het moest voorbereiden, en de inadequate juridische en linguïstische hulp die hierbij geboden werd. Zijn uitzetting, zonder dat zijn asielaanvraag kritisch was onderzocht, werd enkel tegen gehouden door de interim measure die door het Hof was afgegeven. Schending van artikel 3 juncto artikel 13 EVRM, klacht gegrond. 

(vluchtweb week 6 EHRM 9152/09, I.M. t. Frankrijk, 2.2.12)

 

Rb: gronden verlies Azerbeidjaans staatsburgerschap en buitenschuldcriterium

Beroep van de vreemdeling tegen afgewezen vbt-asiel. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat de vreemdeling eind 1993 uit Azerbeidzjan is vertrokken. De rechtbank oordeelt dat de vreemdeling het staatsburgerschap heeft verloren. Volgens de staatsburgerschapswet werd burgerschap van rechtswege verloren wanneer de betrokkene gedurende vijf jaar of langer in het buitenland verbleef zonder zich (zonder geldige redenen) op een Azerbeidzjaans consulaat te laten registreren. Dat de vreemdeling zich op een Azerbeidzjaans consulaat heeft laten registreren is niet gebleken. Voorts volgt uit het ambtsbericht van juli 2011 dat in de periode dat de Burgerschapswet van 1990 in werking was, mensen, als bewijs van burgerschap van Azerbeidzjan, een stempel in hun binnenlandse Sovjetpaspoort kregen. Volgens een bron wijst de praktijk uit, dat diegenen die onder de wet van 1990 Azerbeidzjaans staatsburger waren, ten tijde van de inwerkingtreding van de Staatsburgerschapswet van 1998 niet in Azerbeidzjan woonden en geen woonplaatsregistratie bezaten, de facto hun staatsburgerschap verloren, ondanks dat ze een stempel in hun Sovjetpaspoort konden tonen. Verder stelt de rechtbank vast dat uit het ambtsbericht staatsburgerschaps- en vreemdelingenwetgeving in Azerbeidzjan van de Minister van Buitenlandse zaken van juli 2011 volgt dat personen die hun staatsburgerschap willen herstellen daartoe een aanvraag in kunnen dienen. De gronden voor weigering van herstel van het Azerbeidzjaans staatsburgerschap zijn dezelfde als die voor weigering van het verlenen van staatsburgerschap via de naturalisatieprocedure. Een van de voorwaarden voor naturalisatie is dat persoon in kwestie vijf jaar, voorafgaand aan de aanvraag ter verkrijging van het staatsburgerschap, onafgebroken en op permanente en legale basis op het grondgebied van Azerbeidzjan dienen te hebben verbleven. Naar het oordeel van de rechtbank is het gevolg van deze voorwaarde dat de vreemdeling staatloos is en het staatsburgerschap van Azerbeidzjan niet spoedig weer zal kunnen herkrijgen.

Dat brengt echter niet zonder meer mee dat een geslaagd beroep op het buitenschuldbeleid, als neergelegd in hoofdstuk B14/3 van de Vc 2000, kan worden gedaan. Een beroep op dit beleid faalt namelijk ook als de vreemdeling niet heeft aangetoond dat de betrokken autoriteiten van het land van herkomst geen toestemming zullen verlenen aan zijn terugkeer. De minister heeft zich hierover ter zitting niet uitgelaten. Beroep gegrond. 

(vluchtweb week 7 Rb Zwolle 11/31780, 2.2.12)

 

RvS: risico bij illegale uitreis uit Iran

In zijn besluit heeft de minister zich weliswaar op het standpunt gesteld dat de wijze waarop de vreemdeling Iran is uitgereisd, namelijk met behulp van een onbekende man, niet geloofwaardig is, maar heeft hij heeft zich daarbij niet expliciet op het standpunt gesteld dat daarmee eveneens ongeloofwaardig is bevonden dat de vreemdeling illegaal Iran is uitgereisd. Dit in aanmerking genomen en gelet op hetgeen is opgenomen in het door de vreemdeling ingebrachte algemeen ambtsbericht inzake Iran van de minister van Buitenlandse Zaken van oktober 2010 ten aanzien van de risico's die personen die illegaal zijn uitgereisd bij terugkeer mogelijk lopen, heeft de voorzieningenrechter terecht overwogen dat het besluit, nu een standpunt inzake dat risico ontbreekt, onvoldoende is gemotiveerd. Dat de minister zich op het standpunt heeft gesteld dat eerdere arrestaties, zowel voor als na de eerdere vlucht van de man naar Nederland en daaronder begrepen de gestelde arrestatie na terugkeer naar Iran na een eerdere illegale uitreis, niet geloofwaardig worden geacht, maakt dat niet anders, nu daarmee het risico dat de vreemdelingen thans bij terugkeer lopen niet is beoordeeld.

(rechtspraak.nl Raad van State 201103058/1/V4, 26.1.12)

 

RvS: BMA moet mantelzorg bij behandeling in herkomstland onderzoeken

Uit het vermelde in het BMA-advies dat de vreemdeling in Nederland sterk afhankelijk is van de door haar kinderen verleende mantelzorg en dat onbekend is of mantelzorg in het land van herkomst dan wel een ander land waarnaar zij zal terugkeren aanwezig is, kan niet worden opgemaakt dat het BMA onder de huidige sociale omstandigheden van de vreemdeling iets anders heeft begrepen dan het feit dat zij hier samen met haar kinderen verblijft en dat de kinderen haar mantelzorg verlenen.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat het BMA onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt of zich in het geval van terugkeer van de vreemdeling naar verwachting een medische noodsituatie zal voordoen. Uit het BMA-advies kan immers niet worden opgemaakt of de door de kinderen verleende mantelzorg noodzakelijk moet worden geacht voor de behandeling van de (psychische) klachten van de vreemdeling en of deze zorg doorslaggevend is voor het niet doen ontstaan van een medische noodsituatie op korte termijn.

De rechtbank heeft gelet op het vorenstaande terecht overwogen dat het onderzoek van het BMA in zoverre onzorgvuldig en onvolledig is geweest en dat de minister het BMA-advies daarom niet aan het besluit ten grondslag heeft kunnen leggen. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

(vluchtweb week 6 RvS 201101153/1/V1, 27.1.12)

 

Rb: belang privé-leven voor Angolese AMA die met 12jr hier kwam

Deze zaak betreft een aanvraag medische behandeling voor een depressieve en suicidale Angolese, die sinds haar 12e jaar al 8 jaar in NL is:

... Nu verweerder de beschikbare informatie betreffende de geestelijke gezondheid van verzoekster en de behandelingen die zij daarvoor ondergaat, noch de vraag in hoeverre deze behandeling moet worden gezien als invulling van verzoeksters recht op het aangaan van relaties met anderen en de buitenwereld, en evenmin anderszins het risico op schade aan de geestelijke gezondheid van verzoekster heeft betrokken in de afweging of de inmenging van het recht op respect van haar privéleven is gerechtvaardigd, is het bestreden besluit wat betreft de afweging of de inmenging op het recht op respect van het privéleven van verzoekster gerechtvaardigd is, niet voldoende draagkrachtig gemotiveerd.

(rechtspraak.nl Rechtbank 's-Gravenhage 11/30851 & 11/30850, 15.12.11)

 

MvI&A: voornemens wijzigingen toelatingsbeleid gezinsleden

Als “kerngezin” wordt gedefinieerd als de echtgenoot en de minderjarige kinderen. Van buiten de EU afkomstige partners van Nederlanders of van toegelaten derdelanders moeten voortaan in het bezit zijn van een huwelijksakte of een akte van geregistreerd partnerschap om voor gezinshereniging in aanmerking te kunnen komen. De maatregel betekent ook dat de regeling over verruimde gezinshereniging vervalt. Meerderjarige kinderen komen derhalve in beginsel niet langer voor gezinshereniging in aanmerking.

Er wordt een wachttijd ingevoerd: een referent met een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met een inburgeringsplichtig verblijfsdoel, zal een gezinslid niet eerder kunnen laten overkomen dan nadat hij ten minste een jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven.

De termijn voor het verstrekken van een zelfstandige verblijfsvergunning (‘voortgezet verblijf’) wordt verlengd van drie tot vijf jaar. Hiermee wordt enerzijds beoogd twee jaar langer een beroep op de bijstand te voorkomen, doordat de inkomenseis twee jaar langer geldt. Anderzijds wordt de aantrekkelijkheid verkleind van een schijnhuwelijk als springplank naar een zelfstandige verblijfsstatus. Het huidige uitzonderingsbeleid in geval van bijzondere omstandigheden, waaronder huiselijk geweld, blijft bestaan.

(kamerstuk, 17.2.12)

 

RvS: paspoortvereiste voor ná 13dec06 geboren kind van pardonstatushouder

Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 9 februari 2010 in zaak nr. 200908198/1/V2 (www.raadvanstate.nl) vormt WBV 2007/11 naar strekking en reikwijdte een restrictief op te vatten aanvulling op het vreemdelingenbeleid. Hoewel de positie van in Nederland geboren kinderen van ouders die onder de regeling vallen in het door de minister aangehaalde debat niet uitdrukkelijk aan de orde is gesteld, bestaat geen grond voor het oordeel dat de regeling niet ook ten aanzien van die kinderen naar strekking en reikwijdte restrictief dient te worden opgevat. Gelet daarop en rekening houdende met de omstandigheid dat op andere wijze is voorzien in de mogelijkheid om die kinderen bij hun ouders te laten verblijven, is de door de minister gegeven uitleg van paragraaf 5.7 van WBV 2007/11 juist. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat artikel 1:2 van het Burgerlijk Wetboek er niet aan in de weg staat dat de minister onverkort vasthoudt aan de in WBV 2007/11 neergelegde peildatum van 13 december 2006, nu aan dat artikel voor de toepassing van de Vw 2000 geen betekenis toekomt.

(rechtspraak.nl Raad van State 201010179/1/V2,  31.1.12)

 

MvI&A: Controle Afrikanen in bus Kennemerland onrechtmatig, wel uitzettingen

De met het vreemdelingentoezicht belaste ambtenaren in deze zaak hebben in het kader van hun controlebevoegdheid de grenzen opgezocht van de juridische mogelijkheden en zijn daar, volgens de Raad van State, bij de controles overheen gegaan. Ik ben in gesprek met de politie hoe op rechtmatige wijze het vreemdelingentoezicht kan worden geïntensiveerd.

De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) heeft naar aanleiding van gerichte acties in de regio Kennemerland, zeven personen uitgezet. Daarnaast zijn er twee personen onder toezicht vertrokken. Drie personen hebben zelfstandig Nederland verlaten, al dan niet met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).

(kamervraag 1564, 16.2.12)

 

RvS: voor opheffing ongewenstverklaring is bewijs verblijf buiten NL vereist

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 14 november 2011 in zaak nr. 201010226/1/V1, www.raadvanstate.nl) is een verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring een aanvraag in de zin van artikel 4:2 van de Awb. De toepasselijkheid van dit artikel brengt met zich dat de minister, ... aan de hand van de door de vreemdeling gestelde omstandigheden, diende te beoordelen of van hem redelijkerwijs kan worden gevergd dat hij die verklaring [over verblijf buiten NL] bij zijn verzoek verstrekt. Dit heeft de rechtbank niet onderkend. De klacht is in zoverre terecht voorgedragen, maar de grief kan gelet op het volgende niet leiden tot het ermee beoogde doel. Het verstrekken van vorenbedoelde verklaring kan volgens de hiervoor weergegeven beleidsregel achterwege blijven indien het overleggen van de verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene (oorlogs-)situatie of het ontbreken van een registratie in het land of de landen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven. Nu het niet kunnen overleggen van de vereiste verklaring een gevolg is van het feit dat de vreemdeling er zelf voor heeft gekozen zonder geldige verblijfstitel in Spanje te verblijven, heeft de minister zich, gelet op de uit voormelde artikelen voor de vreemdeling voortvloeiende verplichting, terecht op het standpunt gesteld dat dit voor risico van de vreemdeling komt.

(rechtspraak.nl Raad van State 201003102/1/V2, 31.1.12)

 

Zembla: vrijlating vreemdeling uit Rotterdam met Hepatitus B

Nav de uitzending op 20 januari 2012 hebben we veel reacties gekregen van vreemdelingen die klagen over de gebrekkige medische zorg in detentiecentra.

Een schrijnend geval gaat over een jongeman die acht maanden in detentiecentrum Rotterdam heeft gezeten. Tijdens zijn detentie had hij veel pijn aan zijn buik. De medische dienst heeft zijn lichamelijke klachten niet voldoende onderzocht.

Op 13 januari 2012 werd hij vrijgelaten en een dag later lag hij met acuut leverfalen in het ziekenhuis. Hij bleek besmet te zijn met een hepatitis B virus en moest met spoed een levertransplantatie ondergaan. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij het virus in detentiecentrum Rotterdam opgelopen.

(Zembla, 9.2.12)

 

MvV&J: aanpassingen gebouw 4 Detentiecentrum Zeist

Eerdere maatregelen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang, hebben niet geleid tot structurele verbetering van het binnenklimaat. Vanaf februari 2012 vindt daarom een grondige aanpassing plaats. Zowel de verblijfsruimten als de gemeenschappelijke recreatieruimte worden gerenoveerd.

Licht
Door herinrichting van de recreatieruimte wordt meer inval van natuurlijk licht op de afdelingen gerealiseerd. Daarnaast wordt de binnenverlichting vervangen door verlichting met een betere lichtopbrengst.

Lucht
De recreatieruimte wordt losgekoppeld van het huidige ventilatiesysteem en wordt voorzien van een separaat ventilatiesysteem. Door deze ontkoppeling wordt de bestaande ventilatiecapaciteit van het gebouw volledig ingezet voor de verblijfsruimten. Tevens wordt iedere verblijfsruimte voorzien van een door de ingeslotenen zelf te bedienen verticaal klepraam in de gevel voor natuurlijke ventilatie. De ventilatiecapaciteit in de verblijfsruimten zal daardoor in ruime mate toereikend zijn voor meerpersoonsgebruik. In september 2011 zijn in het kader van de eerder genoemde proefopstelling klepramen gerealiseerd in de recreatieruimten. Hiermee is een verbinding met de buitenlucht gerealiseerd. Deze klepramen blijven ook na de aanpassing gehandhaafd.

Ruimte
Per afdeling zullen vier verblijfsruimten worden omgebouwd tot een open recreatieruimte. De bestaande recreatieruimte wordt uitgebreid en voorzien van een nieuw keukenblok. De uitbreiding wordt gerealiseerd door een opslagruimte aan de recreatieruimte toe te voegen. Eén verblijfsruimte zal worden omgebouwd tot een spreekkamer.

Planning
In januari van dit jaar zijn alle recreatieruimten voorzien van klepramen. Eind februari zullen alle in gebruik zijnde verblijfsruimten voorzien zijn van een verticaal klepraam waarmee een directe verbinding met de buitenlucht tot stand is gebracht. Tevens zal eind februari 2012 de vervanging van de gangverlichting voltooid zijn. Vanaf medio april 2012 zullen de overige aanpassingen plaatsvinden.

(kamerstuk 17.2.12)

Lees Verder
TEKEN TEGEN STRAFBAARSTELLING ILLEGAAL VERBLIJF
TEKEN MEE TEGEN STRAFBAARSTELLING ILLEGAAL VERBLIJF
Het kabinet wil illegaal verblijf van migranten strafbaar stellen. Ook wil het kabinet het onmogelijk maken dat mensen die zonder verblijfspapieren in dit land worden aangetroffen ooit nog legaal verblijf kunnen verkrijgen, zelfs als er nieuwe relevante feiten zijn die dat wel zouden rechtvaardigen.

Wij spreken ons uit tegen deze plannen. Strafbaarstelling van illegaal verblijf is buiten alle proporties en slecht voor de samenleving.

Wij propageren geen illegaal verblijf maar verzetten ons tegen het strafbaar stellen ervan, omdat dit voor kwetsbare groepen en voor de samenleving als geheel negatieve gevolgen zal hebben. Strafbaarstelling is buiten proporties. Het is een aantasting van mensenrechten, bedreigt de meest kwetsbare groepen, werkt uitbuiting in de hand, vergroot de afstand tot de hulpverlening, is slecht voor de veiligheid en openbare orde en vergroot de spanningen tussen groepen in de samenleving.

Teken ook tegen strafbaarstelling van illegaal verblijf op www.geenstrafbaarstelling.nl
Als u namens een organisatie kunt ondertekenen, heeft dat onze sterke voorkeur.
Lees Verder