|
COA: nieuwe Gezinsopvanglocaties
Drie azc’s zijn of worden omgeklapt tot gezinslocatie. Het azc in Den Helder is per 1 mei een gezinslocatie, Emmen en Amersfoort volgen.
(COA 8.5.12)
RvS:geen recht op opvang tijdens vovo-procedure na snelle asielprocedure
Uit de nadere memorie van antwoord inzake de totstandkoming van de wijziging van de Vw 2000 van 25 juni 2010 in verband met het aanpassen van de asielprocedure (Kamerstukken I 2009/2010, 31 994 E, blz. 4, 12, 13, 14 en 16) is af te leiden dat het niet de bedoeling van de minister is om een vreemdeling na een afwijzend asielbesluit in de algemene asielprocedure na de vertrektermijn van vier weken opvang te verlenen. Doel is de vreemdeling, die niet rechtmatig in Nederland verblijft, maximaal in staat te stellen het vertrek ter hand te nemen. Een sluitende aanpak zal, gelet op de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling voor zijn vertrek, niet mogelijk zijn. Het perspectief moet immers gericht zijn op terugkeer, aldus de minister. De uitleg van de rechtbank vindt derhalve geen grondslag in de geschiedenis van de totstandkoming van de wijziging van de Vw 2000 van 25 juni 2010 in verband met het aanpassen van de asielprocedure noch in de tekst van of de toelichting op artikel 5 van de Rva 2005. Dit heeft de rechtbank niet onderkend. De grief slaagt.
(rechtspraak.nl Raad van State 201113284/1/V1, 2.5.12)
Leers: minister heeft laatste woord over opstratzzettingen
In deze brief reageert minister Leers op de brief van de LOGO0geeenten die stellen dat de burgemeester op grond van het openbare-orde argument kan besluiten een uitgeprocedeerde asielzoeker niet op straat te zetten.
Volgens de minister is de macht van de burgemeester beperkt tot het stellen van voorwaarden aan de opstraatzetting, en mag deze niet afgeblazen worden.
Lees de brief op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-167250.html
(kamerstuk 19637: 1525, 26.4.12)
CRvB: gemeentelijk opvangbeleid valt onder de WMO
De Raad stelt vast dat de vraag of een betrokkene ingevolge de bbb-regeling [Rotterdamse noodopvangregeling] wordt toegelaten tot een gemeentelijke opvangvoorziening door het college wordt beantwoord aan de hand van een medische en een verblijfsrechtelijke beoordeling. Afhankelijk van de uitkomst van deze beoordeling wordt een betrokkene al dan niet toegelaten tot de sobere opvangvoorziening. De brief van 2 december 2010 behelst een weigering om appellant op te vangen op grond van de – voorganger van - de bbb-regeling. Deze weigering is op rechtsgevolg gericht. ...
Maatschappelijke opvang bestaande uit het tijdelijk bieden van onderdak is derhalve een op artikel 20, eerste lid, in verbinding met artikel 1, eerste lid onder en c, van de WMO berustende publieke taak. De beslissing van het college om appellant al dan niet toe te laten tot maatschappelijke opvang in de vorm van voornoemde sobere opvang moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van art 1:3, eerste en tweede lid, van de AWB dat gebaseerd is op artikel 20 van de WMO. Dat het bij de bbb-regeling gaat om personen die ingevolge artikel 10, eerste lid van de VW 2000 in beginsel geen aanspraak kunnen maken op voorzieningen doet hieraan niet af.
(pim fischer CRvB 11/5339 WMO en 11/6236 WWB, 2.5.12)
Rb: ook leerlingen zonder verblijfsvergunning moeten stage kunnen lopen
Er moeten hoge eisen worden gesteld aan het doel dat wordt nagestreefd met de maatregel die het behalen van het diploma verhindert. De enkele wens van de Staat om vreemdelingen zonder verblijfsstatus uit te sluiten van voorzieningen voldoet daarin in zijn algemeenheid niet, ook niet als wordt uitgegaan van de ruime beoordelingsmarge die de Staat in dit geval heeft. De Staat heeft nader aangevoerd dat het lopen van een stage de geworteldheid van [eiser] - en anderen die zich in een vergelijkbare positie bevinden - op onaanvaardbare wijze zal doen toenemen. Deze stelling heeft de Staat echter niet nader onderbouwd. Dat de geworteldheid - daargelaten de precieze inhoud van dat begrip - juist door het lopen van stage zou toenemen is ook niet aannemelijk, in het licht van het feit dat een stage naar zijn aard inhoudt dat gedurende een zeer beperkte periode arbeidservaring wordt opgedaan. Waar het gaat om een stage in het kader van een MBO-opleiding valt er ook niet voor te vrezen dat het feitelijk zal gaan om een verkapte arbeidsplaats; de aard en de duur van de stage worden immers omschreven in het curriculum. Het volgen van de stage staat bovendien onder supervisie van de MBO-opleiding in kwestie. Tot slot kan worden opgemerkt dat het volgen van onderwijs in Nederland - welk recht de Staat nu juist erkent - reeds tot een zekere mate van geworteldheid leidt. Dat het enkele feit dat afsluitend nog een stage wordt gelopen tot een significante "extra" geworteldheid zal leiden ligt niet voor de hand.
(rechtspraak.nl Rb Den Haag, 403618/HA ZA 11/2443, 2.5.12)
Rb: Rvb is voorliggende voorziening vóór WWB
Verweerder heeft betoogd dat de WWB een op de Rvb voorliggende voorziening is en eisers, omdat zij een uitkering krachtens de WWB hebben ontvangen, geen recht op de gevraagde verstrekkingen hebben. De rechtbank volgt verweerder hierin niet; Zoals de CRvB in de uitspraken van 20 juli 2010 en van 10 januari 2012 heeft overwogen, is de Rvb voor de noodzakelijke bestaansvoorwaarden van minderjarige kinderen als bedoeld in artikel 2, eerste lid aanhef en onder e van de Rvb aan te merken als een aan de WWB voorliggende toereikende en passende voorziening. Gelet op het vorenstaande heeft verweerder de aanvragen van eisers ten onrechte afgewezen.
(pim fischer Rb Haarlem AWB 11/41496, 7.5.12)
IND: leges dekken 43% van de kosten van behandeling van de aanvraag
De kosten van de IND die kunnen worden doorberekend in de legestarieven bedroegen in 2009 € 83 miljoen. Op basis daarvan zijn de legeskostprijzen vastgesteld. De verwachte legesopbrengsten van de reguliere leges in 2011, zonder de verhoging van 1 juli 2011, bedroegen € 36,1 miljoen. Op basis daarvan was de kostendekkendheid ca. 43% vóór de verhoging van 1 juli 2011. Wanneer de kostendekkendheid hoger wordt betekent dit dat de overheidsbijdrage relatief lager wordt.
(kamerstuk 30 573:102, 1.5.12)
IND: bij afgifte mvv wordt inreisverbod ambtshalve opgeheven
Aan de vreemdeling is een inreisverbod opgelegd.
Op de vraag van de gemachtigde aan de IND of het inreisverbod in de weg staat aan (toekomstig) rechtmatig verblijf in Nederland indien de vreemdeling naar Suriname terug reist om aldaar een MVV aan te vragen en blijkt dat aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt geantwoord dat het inreisverbod niet aan de afgifte van een MVV in de weg staat, indien aan de voorwaarden wordt voldaan. In dat geval wordt het opgelegde inreisverbod ambtshalve opgeheven.
(vluchtweb week 19 Brief MvI&A, 1.5.12)
Onderzoek: status helpt tegen ptss
Vluchtelingen die in hun land van herkomst gemarteld zijn, hebben er baat bij snel zekerheid te krijgen over hun verblijfsstatus. Dat blijkt uit onderzoek dat in de Verenigde Staten gehouden werd onder 172 vluchtelingen, 115 mannen en 57 vrouwen. Ruim tweederde van hen wist aan het begin van het onderzoek niet of ze in de Verenigde Staten mochten blijven. Zes maanden later bleek het met degenen die inmiddels zekerheid hadden over hun asielstatus beter te gaan dan met degenen die nog in onzekerheid verkeerden. Hun depressieve symptomen, angstklachten en posttraumatische stress verminderden sneller dan bij degenen die nog op een beslissing wachtten.
Het onderzoek werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Psychological Trauma: Theory, Research, Practice and Policy.
RvS: aanhouding zaken bekeerde Irakezen
Op 18 februari 2011 en 2 maart 2011 heeft het Bundesverwaltungsgericht van de Bondsrepubliek Duitsland aan het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen gesteld inzake te verlenen bescherming in relatie tot het hebben en invullen van een geloofsovertuiging. Omdat hetgeen in het hoger beroep in deze zaak aan de orde is gesteld onder de reikwijdte van voormelde prejudiciële vragen valt en het antwoord van het Hof op deze vragen derhalve van belang is voor de beoordeling van deze zaak, zal de Afdeling in afwachting van dit antwoord, de behandeling van het hoger beroep aanhouden.
(RvS brief 29.3.12)
MvI&A: nieuw asielbeleid Sri Lanka
In het beleid zijn de laatste uitspraken van het EHRM verwerkt. In deze uitspraken geeft het EHRM weer op welke wijze een beroep op artikel 3 EVRM voor een Tamil bij terugkeer naar Sri Lanka dient te worden beoordeeld. Het EHRM bepaalt dat de vreemdeling aannemelijk dient te maken dat hij of zij zodanig in de belangstelling staat van de Sri Lankaanse autoriteiten dat er bij zijn of haar terugkeer een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 EVRM. Het EHRM benoemt hierbij een aantal risicofactoren die mede kunnen bepalen of sprake is van een reëel risico.
(WBV 2012/10 staatscourant 9104, 4.5.12)
RvS: BMA-arts moet noodzaak van veilige behandelomgeving meewegen
Hoger beroep van de Minister tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht, van 28 oktober 2010 in zaak nrs. 09/45732 en 09/45737. Gezien de beslissingen van het CTG die de Afdeling in dit kader als uitgangspunt neemt, heeft de arts van het BMA ten onrechte geen aanleiding gezien in zijn advies ook aandacht te besteden aan deze door de behandelaars gestelde voorwaarde. Daarbij is in aanmerking genomen dat de behandelaars in de brief van 20 februari 2009 hun oordeel over de noodzaak van een veilige behandelomgeving hebben toegespitst op de aard en het ontstaan van de psychische klachten van vreemdeling 1 en de daarop betrekking hebbende specifieke omstandigheden. Gelet op deze concrete informatie had de arts van het BMA, op grond van omstandigheden die hij vanuit zijn deskundigheid kan beoordelen, zich in zijn advies gemotiveerd behoren uit te laten over de vraag of, in aanmerking genomen de aard en het ontstaan van de psychische klachten, al dan niet aanleiding bestond gerede twijfel te hebben over de effectiviteit voor vreemdeling 1 van de in het algemeen verkrijgbare medische behandeling of te leveren zorg in het land van herkomst. Een algemene beschouwing, zoals opgenomen in de door de minister in zijn hogerberoepschrift genoemde BMA-nota van 27 augustus 2008, die bovendien niet specifiek op de medische situatie van vreemdeling 1 betrekking heeft, volstaat hier niet.
Hoger beroep ongegrond.
(vluchtweb week 18 ABRvS 201011373/1/V3, 18.4.12)
RvS: vergewisplicht overdracht geen vereiste als herkomstland onbekend is
Aan de door het Bureau Medische Adviseur gestelde reisvoorwaarden, zoals begeleiding door een sociaal-psychiatrisch geneeskundige tijdens de reis en het beschikken over de voorgeschreven medicatie, kan volgens de minister worden voldaan. Nu niet bekend is uit welk land de vreemdeling afkomstig is, is hij evenwel niet in staat zich ervan te vergewissen of aan de overige reisvoorwaarden, te weten de medische overdracht aan een psychiater op de plaats van bestemming, kan worden voldaan, aldus de minister.
(rechtspraak.nl Raad van State 201103342/1/V2, 2.5.12)
NLse inbreng UPR: strafbaarstelling illegaal verblijf
Het strafbaar stellen van illegaal verblijf is geen doel op zich. Verwacht wordt dat het een afschrikwekkende werking zal hebben op illegale migranten of mensen die van plan zijn immigranten illegaal naar Nederland te brengen.
Het verlenen van humanitaire bijstand of ondersteuning aan illegalen wordt niet aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van medeplichtigheid. Kinderen die illegaal in Nederland verblijven kunnen naar school blijven gaan en ook illegalen krijgen de nodige medische hulp. Minderjarige kinderen die onder het gezag van hun ouders verkeren kunnen vanzelfsprekend niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gehouden voor hun illegale verblijf.
(Bijlage bij Kamerstuk 26150: 115, 7.5.12)
RvS: geen alternatief voor bewaring voor oudere vrouw met legale zoon
Dat de vreemdeling heeft meegewerkt aan de door de minister verrichte uitzettingshandelingen en zich heeft gehouden aan haar meldplicht in de VBL laat onverlet dat zij geen inspanningen verricht om zelfstandig uit Nederland te vertrekken. Dat, naar gesteld, een reactie van de Sri Lankaanse autoriteiten op het verzoek om afgifte van een laissez passer op zich laat wachten, geeft daarom geen grond voor het oordeel dat de minister met een minder dwingend middel dan inbewaringstelling had dienen te volstaan. Voorts heeft de vreemdeling niet aannemelijk gemaakt dat zij vanwege haar leeftijd en gezondheidssituatie detentieongeschikt zou zijn. ... Voor zover aangenomen moet worden dat tussen de vreemdeling en haar zoon sprake is van familie – en gezinsleven, bestaat er geen grond voor het oordeel dat de minister hiermee geen, althans onvoldoende rekening heeft gehouden. Hierbij is in aanmerking genomen dat de minister ter zitting heeft verklaard bereid te zijn verblijf bij haar zoon toe te staan hangende het verzoek tot afgifte van een laissez passer, indien de vreemdeling inspanningen zal verrichten om zelfstandig uit Nederland te vertrekken. Het hoger beroep is ongegrond.
(rechtspraak.nl Raad van State 201201182/1/V3, 27.4.12)
Rb: geen zicht op uitzetting naar Sierra Leone
Vrijwillige terugkeer via de IOM is geen uitzetting als bedoeld in artikel 59, eerste lid en aanhef, van de Vw. Deze term wordt immers gebruikt voor gevallen van verwijdering met de sterke arm uit Nederland. Dit betekent dat in een concreet geval geen sprake is van uitzetting als het enige traject is dat de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld Nederland op een door hem verkozen wijze te verlaten. Verweerder gaat hiervan zelf ook uit, zo volgt uit de Vreemdelingencirculaire 2000, paragraaf A4/1.
Naar het oordeel van de rechtbank biedt wat verweerder te berde heeft gebracht niet langer genoeg aanknopingspunten om te concluderen dat er nog sprake is van een redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Sierra Leone.
(rechtspraak.nl Rechtbank Utrecht AWB 12/11232, 25.4.12)
MvI&A: vrijwillige terugkeer naar Somalie kan wel
Vreemdelingen afkomstig uit Zuid en Centraal-Somalië die niet in aanmerking komen voor bescherming, kunnen terugkeren via de internationale luchthaven van Mogadishu. Vanaf daar kan verder gereisd worden over land. Diverse luchtvaartmaatschappijen onderhouden vluchten op de luchthaven van Mogadishu, welke overigens buiten de stad Mogadishu ligt.
Terugkeer naar Noord-Somalië is eveneens mogelijk. Vanaf de luchthaven in Mogadishu kan worden doorgevlogen naar een luchthaven in Noord-Somalië. Door tussenkomst van de DT&V zijn al eerder enkele vreemdelingen op vrijwillige basis teruggekeerd naar Noord-Somalië, inclusief Puntland.
Het is op dit moment niet mogelijk om te komen tot een verantwoorde wijze van gedwongen terugkeer naar Noord-Somalië.
(antwoord kamervraag 10.5.12)
|